Bomen over de achtertuin met Jan Wolkers en Gerbrand Bakker


Eind februari las ik ‘De achtertuin van Jan Wolkers’ en keek ik meerdere afleveringen van ‘De achtertuin’ van Jan Wolkers middels de bijbehorende DVD achter in het boek. De meeste afleveringen zag ik al in 2002 en sommige waren het waard om nogmaals te bekijken. Rond dezelfde tijd begon ik in ‘Rotgrond bestaat niet’ van Gerbrand Bakker en al snel besloot ik dat ik beide boeken samen wilde bespreken op ARDNAS. Daarnaast hadden Sue van Boekenz, Lalagè leest en ikzelf voor een trio recensie gekozen over ‘Rotgrond bestaat niet’ maar helaas haakte Lalagè leest af.

Bakker schetst in ‘Rotgrond bestaat niet’ korte observaties van o.a. zijn huis en tuin in de Eifel, Wales en Amsterdam en ‘De achtertuin’van Jan Wolkers is een fijne aanvulling op de afleveringen met de gelijke naam bij VPRO.

De stukken over het huis en de tuin in de Eifel in ‘Rotgrond bestaat niet’ zijn mijn favoriet, ik geniet van de korte observaties en ga tergend langzaam door het boek, ik lees over bomen die twitteren, over een ingezonden brief in Trouw over weidevogels en over de definitie van natuur in omloop.

Het Robbenoordbos
Gerbrand Bakker over het Robbenoordbos in de Wieringermeer op pagina 72:

Wat een rommeltje was het daar, ondanks de rechthoekigheid, het overduidelijk aangelegde, en dat bos was ook nog eens zeer jong, immers: de Wieringermeer dateert van 1930 én van 1945, toen de Duitsers de polder onder water zetten en het grote droogvallen opnieuw kon beginnen.

Tussen 1934 en 1941 zijn de eerste bomen voor het Robbenoordbos geplant, van deze bomen bleef weinig over toen de Duitsers de dijk opbliezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na 1945 werd het bos opnieuw aangelegd en groeide het samen met het nabij gelegen Dijkgatbos.

En verder:

Wat was ik blij – de enkele keer dat wij er met het gezin waren – als we aan de rand van het bos aankwamen. Daar zag ik tenminste weer iets, vond ik zelfs wát ik zag mooi, hoewel ik altijd een hekel heb gehad aan de strengheid van de Wieringermeer.

Ik ben geboren en getogen in West-Friesland en als gezin reden wij op zondag regelmatig naar het Robbenoordbos voor een wandeling, eerst mocht onze langharige teckel Liza nog mee maar nadat zij een keer kwam vast te zitten met haar kop in een konijnenhol moest zij thuis blijven besloot mijn vader. Van kinds af aan vond ik het bos intrigerend, het lag voor mijn gevoel aan het einde van de wereld (dat bleek later slechts ‘het einde’ van Noord-Holland te zijn), in mijn ogen was het immens groot en een tikkeltje spannend (ik verdwaalde er ooit met een aantal klasgenoten) .

Toen ik jaren later zelf auto kon rijden reed ik er nog een aantal keer naar het Robbenoordbos, maar de magie van weleer was er niet meer, het Robbenoordbos blijft voor altijd het bos uit mijn (vroege) jeugd en toen ik op pagina 72 van ‘Rotgrond bestaat niet’ las dat Bakker het bos ‘een rommeltje vond -ondanks de rechthoekigheid’, irriteerde het mij, maar die uitwerking heeft Bakker (gelukkig) wel vaker op mij, want van zacht kabbelende verhaaltjes houd ik niet, ik zoek juist die irritatiegrens op, ik schuur er graag wat tegen aan.

Bij Wolkers ging het niet zo zeer over het groen in de achtertuin maar over de ‘beestjes’ die er te vinden waren, o.a. spuugbeestjes, egelzusjes en een knobbelzwaan op Texel. Na de inleiding door Ivo Wijs volgt (in de herdruk) een verhaal van Karina Wolkers, ‘De eerste eenbes op Texel’. Het telt slechts 6 pagina’s maar het had voor mij nog een stuk langer mogen zijn, ze heeft een fijne schrijfstijl.
Een van de leukste dingen aan dit boek, dat slechts 31 pagina’s telt, is dat het lijkt op een Verkade album van Jan Wolkers zelf (zijn naam staat voor in het boek ‘geschreven’), zo bijzonder. Ik leende dit exemplaar bij de bibliotheek maar ga nu op zoek naar een eigen exemplaar.

Ik heb van ‘Rotgrond bestaat niet’ o.a. geleerd dat tuinieren niet zoveel met schema’s te maken heeft en van ‘De achtertuin’ van Jan Wolkers leerde ik o.a. dat je egels geen melk mag geven (niet dat ik daar ooit de behoefte toe heb gevoeld) en dat ‘Paris quadrifolia’ de Latijnse naam voor een eenbes is.

Bomen over de achtertuin, ik deed het met veel plezier.

Lees hier de leeservaring van Sue over ‘Rotgrond bestaat niet’ van Gerbrand Bakker.


Gebruikte bronnen: Wikipedia


Rotgrond bestaat niet  – Gerbrand Bakker – 203 pagina’s –
Uitgever Cossee – ISBN 978 90 593 67999 – geleend bij de bibliotheek

De achtertuin – Jan (en Karina) Wolkers – 31 pagina’s –
Uitgever Rubinstein  – ISBN 978 90 476 17402 – geleend bij de bibliotheek

3 gedachten over “Bomen over de achtertuin met Jan Wolkers en Gerbrand Bakker

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: