POËZIE – ‘Onze namen smeulen van je na’ uit ‘Bokman’ van Dean Bowen

Gisteren kwam mijn leeservaring van ‘Bokman’ van Dean Bowen online en daarin gaf ik al aan dat ik vandaag nogmaals aandacht aan deze dichtbundel besteed.

Ik schreef gisteren al dat Dean Bowen in een interview met Hiphopinjesmoel aangeeft dat ‘Bokman’ onder andere over racisme, verborgen geschiedenissen en klassisme gaat en dat vind ik terug in dit gedicht.

‘Onze namen smeulen van je na’

Het gedicht bestaat uit vijf delen (i/, ii/, iii/, iv/ en v/) waarvan ik er hieronder twee met jullie deel.


In de eerste zin loop ik tegen een naam aan (Arowak) dat ik niet herken, en zoals Anne Vegter op ‘Hallo poëzie‘ zegt, Google is je grootste vriend al is de mijne eerder Wikipedia.

‘Arowak(ken) was een volk van indianen die zich tegen het einde van de vijftiende eeuw hadden gevestigd op o.a. de Antillen. Ongeveer vijfduizend jaar geleden trokken Arowakken die langs de Orinoco leefden (Barrancos-cultuur) vanuit het westen de Guyana’s binnen, en verdreven de oorspronkelijke Indiaanse bevolking van de kuststreek naar de savanne. Ze gingen op een soort terpen langs de kust wonen, en leefden van landbouw. Omstreeks 1100 vielen Cariben het gebied binnen. Aan de terpencultuur kwam een einde; de Arowakken leefden vanaf die tijd van kostgrondjes meer in het binnenland. Arowakse vrouwen waren goede pottenbaksters. Ze werden vaak door Cariben ontvoerd. Zo kwam Arowaks aardewerk bij de Cariben terecht. In Suriname woonden aan het eind van de 18e eeuw zo’n zeventigduizend Arowakken.’ (bron Wikipedia)

Zonder de kennis over de Arowak lees ik het gedicht heel anders, het loont altijd de moeite om een gedicht op deze manier te ontleden, maar tegelijkertijd maakt het ook dat het gedicht nu nog veel harder bij mij binnenkomt, tegen de tijd dat ik bij ‘mijn hart en vingers in deze bodem’ beland staan de tranen in mijn ogen.

Ook hier roep ik de hulp in van Wikipedia:

Marrons 
De Marrons (van Suriname) zijn afstammelingen van Afrikanen die door slavenhalers onder dwang naar Suriname zijn gebracht. Daar bevrijdden zij zichzelf uit de slavernij en vestigden ze zich in het oerwoud.

Mama Sranan
Mama Sranan is een beeld gemaakt door Jozef Klas, staand aan de Kleine Waterstraat te Paramaribo, Suriname. Het beeld werd op 15 oktober 1965 onthuld door koningin Juliana. Het beeld stelt een vrouwfiguur voor getooid met een ronde hoed. Ze houdt in haar armen vijf kinderen vast. De vrouw kijkt recht naar voren, de kinderen kijken alle kanten op. De vrouwfiguur stelt Moeder Suriname voor met haar vijf bevolkingsgroepen, te weten de Creolen, de Hindoestanen en de Javanen, de Chinezen, de Inheemsen en de Europeanen. De handen van de vrouwfiguur zijn als een Surinaamse vriendschapsring ineen gevouwen. (bron Wikipedia)

Ik heb eerder over de opstand op het schip de ‘Vigilante’ gelezen (omdat ik wilde weten wat het aandeel van Nederland was in de slavernij) maar zoek later ook dit op via Wikipedia, daar staat dat deze opstand in 1780 plaatsvond en -voor zover bekend- de enige succesvolle opstand ooit op een Nederlands slavenschip is geweest.

In het tweede gedeelte raken vooral de volgende zinnen mij: ‘onder een dek, herboren, zag niet de oceaan die me bracht naar waar je dit lijf wilde werken’ en ‘volgde het water voorbij de plantage en de zes namen die wij onszelf gaven’ en tenslotte ‘wij zwerflandbouwden een leven op’.

Op Wikipedia lees ik dat de slaven van de ‘Vigilante’ na de opstand zijn gevlucht en aan land zijn gegaan in Suriname en daarna nooit meer teruggevonden zijn en ik denk dat de laatste zin daar naar verwijst.

Het vijfde deel van dit gedicht eindigt met:

‘ik ben geboren, Dean Andrew Jake Bowen, uit gelaagde opmaak geboren
zoon van ook nederlandse bodem

en ik weet waarom

en jij nu ook’

Ik vind het zo mooi hoe Dean Bowen dit gedicht heeft opgebouwd, hoe het verleden er in zit maar toch ook de hoop voor de toekomst, en het gedicht ontroerd en raakt mij enorm. Dit geeft voor mij maar weer eens aan hoe ontzettend mooi het lezen van poëzie kan zijn, als je er maar de tijd voor neemt.


Bokman – Dean Bowen – 2018 – uitgever Jurgen Maas
ISBN 978 949 19 21452 – bundel zelf aangeschaft


gebruikte bronnen: tekst van gedicht overgenomen na overleg met Uitgever Jurgen Maas, Wikipedia (tekst en foto (klikbaar voor link))

8 gedachten over “POËZIE – ‘Onze namen smeulen van je na’ uit ‘Bokman’ van Dean Bowen

  • februari 5, 2019 om 2:30 pm
    Permalink

    Bijzonder, wat een werk van de dichter om al die lagen er in te leggen, voor ons om te ontdekken wat het betekent ‘onze namen smeulen van je na’. Na jouw toelichting krijg ik een vermoeden.

    Beantwoorden
    • februari 5, 2019 om 5:46 pm
      Permalink

      Ja mooi hè Antoinette?!

      Beantwoorden
  • februari 5, 2019 om 7:58 pm
    Permalink

    Heel mooi gedicht, goed keuze! Fijn dat jij nu ook een dichter toegevoegd hebt aan de kennismaking met Surinaamse literatuur. Een dichter kan op een andere, vaak gevoeliger, manier duidelijk maken hoe wij uiteindelijk allemaal met elkaar verbonden zijn. En aandacht vragen voor de vergeten volkeren, zoals je zo mooi uitlegt bij dit gedicht. Er is niets op tegen om in oktober een dichtbundel te bespreken die een verband heeft met Suriname (hint ). 😉 Als je meer wilt lezen over de inheemsen (indianenstammen) van Suriname kan ik je nog Karin Anema – De groeten aan de koningin aanraden. Ze heeft er een mooi reisboek aan gewijd. https://mijnboekenkast.blogspot.com/2011/11/karin-anema-de-groeten-aan-de-koningin.html

    Beantwoorden
    • februari 6, 2019 om 6:35 pm
      Permalink

      Ha die link had ik nog niet eens gelegd, op naar MSL in oktober! Ik schrijf het boek van Karin Anema op mijn lijstje, dank voor de tip Jannie.

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: