Het litteken van de dood – Onno Blom #3

In 2019 staat ARDNAS in het teken van Jan Wolkers, ik lees het gehele jaar in ‘Het litteken van de dood’, de biografie over Wolkers, geschreven door Onno Blom en elke maand probeer ik een recensie te plaatsen van één van zijn romans.

Ik heb het eerste deel met de titel ‘Het litteken van de dood’ inmiddels uitgelezen in de omvangrijke biografie over Jan Wolkers -met dezelfde titel- van Onno Blom. Vertrekpunt voor deze derde leeservaring is pagina 106 tot en met pagina 165.

Des te verder ik in deze biografie kom, des te meer het over zijn werk gaat, niet alleen over het schrijven van zijn romans en welke passages uit zijn leven hij hier voor heeft gebruikt maar ik lees ook zijn eerste gedicht dat gelukkig bewaard is gebleven, in tegenstelling tot zijn eerste verhalen.

Aquarellen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft Wolkers, destijds werkzaam bij een lijstenmakerij annex kunsthandel in Leiden, twee aquarellen in commissie gegeven bij Driessen te Leiden. De aquarellen zijn verkocht, hij hoorde dit jaren later middels een brief van een zekere meneer Hurkemans uit Amerika. Wolkers heeft echter nooit een honorarium voor deze aquarellen ontvangen. Het wantrouwen van de held in ‘Kort Amerikaans’ bleek dus terecht.

Op pagina 144 staat dat Wolkers in 1979 ‘Kort Amerikaans’ heeft herschreven:

Toen Wolkers in 1979 Kort Amerikaans ingrijpend herschreef, liet hij Eric – inmiddels geschreven met een c – tegen het einde van de roman opnieuw langs de kunsthandel aan de Botermarkt lopen. Er zijn kranten voor de ramen geplakt. Het naambordje was van de deur geschroefd.

Ik weet dat Adriaan van Dis soms een aantal punten in een boek herschrijft bij een herdruk, en eerlijk gezegd wist ik nog niet dat Jan Wolkers dit ook deed, een mooie overeenkomst tussen twee van mijn favoriete auteurs, daar houdt de vergelijking (gelukkig?) wel gelijk op.

In 1942 wisselt Wolkers maar liefst drie maal van baan, het laat niet een wisselvalligheid zien, eerder een jongeman met flink wat aanpassingsvermogen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dick van Beek regelt een baantje als bode op een distributiekantoor voor Wolkers. Eindelijk komt zijn typediploma van pas, hij maakt gelijk gebruik van de typemachine om zijn verhalen uit te typen.

Op pagina 147:

Tijdens het beantwoorden van aanvragen voor werkschoenen met houten zolen of fietsbanden van surrogaatrubber tikte Jan ongemerkt zijn eerste verhalen uit. Griezelverhalen waren het, opgeweld uit de duistere krochten van zijn fantasie en geïnspireerd op de horrorverhalen van oom Hendrik.

Ik kan mij er anno 2019 niets bij voorstellen, griezelverhalen van Wolkers?

Jan Wolkers leidde zichzelf op, waar zijn vrienden na de lagere school wél naar de hbs gingen, maakte hij geregeld samen huiswerk met enkele van hen, Wolkers was als de dood dat hij als ongeletterde autodidact door de mand zou vallen. In dezelfde tijd kwamen zijn vrienden regelmatig bijeen op de zolderkamer van Jan om elkaar hardop passages voor te lezen uit romans die zij bewonderden, bijvoorbeeld Max Havelaar van Multatuli.

Uit het allereerste gedicht van Wolkers dat bewaard is gebleven op pagina 155:

En ik denk in een verre stad aan haar,
Die eens, een herfstseizoen, m’n liefste was,
En aan de teerheid van elkanders monden.

In 1943 leert Wolkers zijn drie jaar oudere naamgenoot Jan Vermeulen kennen. Vermeulen werkte in boekhandel Burgersdijk & Niemands te Leiden, naast boekhandelaar was hij ook vormgever en dichter en tijdens de oorlog heeft hij een kleine uitgever gehad (hij gaf clandestien een bundel uit met niet eerder gepubliceerde gedichten van Gerrit Achterberg). Vermeulen leerde Wolkers alles over de kunsten en literatuur waarvan hij tot dan toe alleen maar een vermoeden had gehad.

Op pagina 158:

Maar de belangrijkste invloed die Jan Vermeulen op hem uitoefende was die van gids in de poëzie.

In 1944 werd Vermeulen opgepakt door de Duitsers en tewerkgesteld. Na één dag is hij echter al teruggekeerd en ondergedoken in zijn eigen slaapkamer in zijn ouderlijk huis. Pas na de oorlog zagen de twee Jannen elkaar weer.

Ik verheug mij op het volgende deel, ‘De verloren zoon’ al bevat het slechts 89 pagina’s. Langzaamaan beginnen dingen op zijn plek te vallen en daarnaast gebruik ik o.a. de websites van Wikipedia, het RKD en het Biografisch portaal. Zo ontdekte ik dat Jan Vermeulen een aantal van de boekomslagen van de boeken van Wolkers heeft vorm gegeven, o.a. van ‘De kus’ welke in 2014 opnieuw is uitgegeven in de originele vormgeving van Jan Vermeulen bij uitgeverij Meulenhoff.


Bronnen: Wikipedia, DBNL, RKD en Biografisch portaal


Eerder verschenen op ARDNAS:

  1. leeservaring ‘Amstelglorie‘ van Onno Blom (oktober 2018)
  2. 2019 is Jan Wolkers jaar op ARDNAS (januari 2019)
  3. In den beginne ‘Het litteken van de dood’ van Onno Blom (januari 2019)
  4. recensie ‘Zomerhitte‘ van Jan Wolkers (februari 2019)
  5. recensie #2 van ‘Het litteken van de dood’ van Onno Blom (februari 2019)
  6. recensie ‘De achtertuin van Jan Wolkers‘ (april 2019)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: