Een ontdekkingstocht door het werk van de Nijhoffs #1

Vorig jaar ontstond er (enig) ophef over het gekozen thema van de Boekenweek voor 2019: ‘De Moeder de Vrouw’, en hierbij is het door mij gekozen woord ‘ophef’ nog zacht uitgedrukt. Bijna driehonderd auteurs, dichters, uitgevers en critici ondertekenden een brief waarin zij de Stichting CPNB, die de Boekenweek ieder jaar organiseert verwijten genderongelijkheid in het literaire veld te bestendigen.

De ophef wekte bij mij nieuwsgierigheid op, wat was ook alweer de tekst van het bekende gedicht van Martinus Nijhoff, wie was Nijhoff en hoe is dit gedicht tot stand gekomen? Ik nam mij vorig jaar voor om dat uit te zoeken maar het kwam er niet van, tot de Boekenweek onlangs begon en ik ontdekte dat Uitgever Cossee ‘De Moeder de Vrouw’ -Mythe en misverstand rond het beroemde gedicht van Martinus Nijhoff- uitbracht. Zouden al mijn vragen beantwoord worden?

Andreas Oosthoek bezit en beheert de auteursrechten op het werk van Martinus Nijhoff, A.H. Nijhoff(-Wind) en Wouter Stefan Nijhoff (Foon/Stephen Storm). Hij geeft in dit boek een uiteenzetting van het gedicht ‘De Moeder de Vrouw’ en een korte (biografische) blik op het leven van Martinus Nijhoff.

Mijn fascinatie voor het leven van Martinus en (Netty) A.H. Nijhoff was reeds ontstaan na het lezen van ‘Twee meisjes en ik’ van A.H. Nijhoff, ik kan mij niet meer herinneren wanneer ik het las, maar ik herinner mij wel dat het mij verbaasde dat het boek reeds in 1931 was uitgegeven (en onlangs opnieuw uitgegeven voor Uitgever Cossee), Nijhoff was daarmee haar tijd ver vooruit.

In de jaren 90 las ik ‘De lieflijke hel van het Hollandse binnenhuisje’ van Marja Pruis -helaas ben ik het boekje verloren tijdens een verhuizing- en nu ik ‘De Moeder de Vrouw’ gelezen heb, begrijp ik Pruis nog veel beter, haar debuut -dat ik dus in de jaren 90 las- ging over haar jarenlange liefde voor deze auteur, (A.H. Nijhoff) en Oosthoek was niet bepaald scheutig met het verstrekken van informatie over de Nijhoffs aan Pruis en ik vraag mij af, wat als zij wél toegang had gehad tot het archief, hoe anders was haar werk dan geworden? Dit is een vraag die waarschijnlijk nooit beantwoord zal worden. Ik las dat er vorig jaar een herziene uitgave is uitgegeven (‘De Nijhoffs en ik of de gevolgen van een genre’ van Marja Pruis) en heb inmiddels het e-book aangeschaft.

Terug naar ‘De Moeder de Vrouw’: na bijna een maand had ik ‘De moeder de Vrouw’ uit, ik heb het (uiteraard) meer dan eens gelezen, ik heb aantekeningen gemaakt, aanvullende informatie opgezocht (o.a. over het driemanschap Sandeberg-Henriët-Nijhoff). ‘De moeder de Vrouw’ heeft veel van mijn vragen beantwoord maar ook nieuwe vragen borrelden naar boven; de Duitse, Engelse en Franse vertalingen maakten mij nieuwsgierig.

Ik vond het bijzonder fascinerend om te lezen dat het gedicht van Nijhoff nadat het in ‘Nieuwe Gedichten’ werd gepubliceerd, iets wijzigde, Nijhoff veranderde komma’s, punten, accenten, etc. Op pagina 38/39, Victor van Vriesland over de corrigeerdrift van Nijhoff:

‘Ik hoef slechts te herinneren aan een dichter als Nijhoff om duidelijk te maken hoe somtijds een oorspronkelijk voortreffelijke lezing kan worden bedorven door latere omwerkingen en varianten in nieuwe lezingen van minder goed gehalte dan de aanvankelijke’.

Nijhoff zegt hierover op pagina 39:

‘Gedichten leven in mijn hoofd verder, ook na een publicatie. Zij zijn, zolang ik ze niet vergeten kan, nooit geëindigd. Dit voortleven heeft hun, naar mijn inzicht, dikwijls winst gebracht…..’

Oosthoek vertelt hoe ‘De Moeder de Vrouw’ bijna letterlijk stuk is geanalyseerd.

Op pagina 48:

‘Er is dus geen sprake van een eigen belevenis van Nijhoff,’ klinkt het ferm en zelfverzekerd. Dus. Wás Nijhoff wel in Bommel?

Faan (zijn zoon) op pagina 57:

‘Met welk recht of inzicht spreekt men over ‘de dichter zál wel en de dichter moét wel’?

En:

‘Ongrijpbaar, die man. Hij zag in zijn korte leven véél pseudogeleerden passeren: zelf benoemde experts op het gebied van andermans familiale betrekkingen, amateur-psychologen, dito psychiaters, Bijbelfanaten, mythologen, ontologische dwepers. Wie van niets weet, kan licht raaskallen. Pagina’s vol moeizaam bijeengeharkte duidingen en begrippen met, uren later, als uitkomst steeds die ene regel: de dichter gebruikt eenvoudige en directe taal. Par-lan-do. Welja, laat ze een voorbeeld nemen. Bijvoorbeeld door een gedicht niet omstandig uit of aan te kleden.’

Ik ga verder met mijn zoektocht, ik ben nog lang niet klaar met de Nijhoffs. Zoals je in de titel kunt lezen, is dit het eerste artikel over de Nijhoffs op ARDNAS. Ik ben van plan om in de komende tijd (maanden of zelfs jaren) meer over hen te schrijven hier op ARDNAS.


Ik heb mijn te (her)lezen boekenlijstje inmiddels aangevuld met:

  • ‘Twee meisjes en ik’ – A.H. Nijhoff (zal ik herlezen tijdens Maand van de Klassieker 2019)
  • ‘De Nijhoffs en ik of de gevolgen van een genre’ van Marja Pruis
  • ‘Brieven aan mijn vrouw’ – samengesteld door Andreas Oosthoek

geraadpleegde bronnen: boekenweek.nl, NRC, Wikipedia


De Moeder de Vrouw – Andreas Oosthoek – Uitgeverij Cossee – 
94 pagina’s – ISBN 978 90 593 68460 – recensieexemplaar ontvangen

2 gedachten over “Een ontdekkingstocht door het werk van de Nijhoffs #1

  • mei 14, 2019 om 3:57 pm
    Permalink

    Meer dan leuk. Nu ik laatst een toneelbewerkingen (Heilig Hout) van Nijhoff in handen heb gekregen, begrijp ik die fascinatie wel.

    Beantwoorden
    • mei 14, 2019 om 5:27 pm
      Permalink

      Dankjewel Antoinette en wat goed dat je Heilig Hout hebt!

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: